“Der Pott kocht” in het Ruhrgebied en het bruist daar van cultuur, kunst en industriele architectuur. Duisburg-Nord, Schwebebahn Wuppertal, Tetraëder Bottrop, scheepslift Heinrichenburg, Zeche Zollverein, arbeidersnederzetting Margarthehöhe, Lichtkunst in Unna, Tiger & Turtle.


Industriecultuur in het Ruhrgebied. Der Pott kocht!

Op nauwelijks anderhalf uur rijden van Amsterdam ligt een interessant gebied voor liefhebbers van industriële cultuur. Je rijdt er vaak langs op weg naar een verder weggelegen vakantiebestemming. Na een eerste kennismaking in 2001 keren wij er regelmatig terug. Dit gebied bruist! Iedere keer is er weer iets nieuws te zien. Het Rurgebied ligt vlak achter de Nederlandse grens. Het is een zachtglooiend landschap dat ten noorden en zuiden begrensd wordt door de riviertjes Lippe en Ruhr en in het midden ook doorsneden wordt door een oost-west stromende rivier. Ten westen ligt de Rijn met Duisburg als grote havenstad. In de Middeleeuwen won men hier al steenkool aan de oppervlakte, maar pas in de 19e eeuw veranderde dit landschap van kleine dorpen tussen bossen en agrarische gebieden in een zwarte industriehel. Sindsdien is het hele landschap veranderd: bergen ontstonden door afvalgesteente uit de mijnen, dalen ontstonden doordat de aarde inklonk. De stad Essen schijnt zo’n 30 meter gedaald te zijn.

Sinds de jaren ‘60 en ‘70 van de vorige eeuw zijn ook hier de meeste steenkoolmijnen gesloten, en is de industrie die er mee samenhing verdwenen. Rond 1990 is men begonnen al deze zwarte wonden te genezen door er maatschappelijke functies aan te geven en met name veel terreinen te ontsluiten voor toerisme en cultuur. Magistrale theateropvoeringen en opera’s in oude fabriekshallen (Ruhrtriennale) die comfortabel zijn omgebouwd, halen regelmatig de internationale pers. In 2010 was het Ruhrgebied zelfs Culturele Hoofdstad van Europa.

Bezoekers van het Ruhrgebied zijn uiteraard niet de lieden die alleen maar graag in de zon liggen. Deze mensen houden van lopen, kijken, proberen en combineren. Je komt ze overal tegen: in Engeland, België Frankrijk, overal waar ooit de Industriële Revolutie heeft toegeslagen en haar sporen heeft nagelaten. Iedereen heeft zijn of haar eigen invalshoek: technisch, historisch, sociologisch, nautisch, en zelfs de natuur! En de gesprekken die je met willekeurig vreemden voert leiden je vaak weer tot nieuwe ontdekkingen in binnen- en buitneland.

Het Ruhrgebied is een luilekkerland. Ooit was dit het smerigste gebied in West-Europa, nu misschien wel het groenste. Onder de wervende naam “Der Pott kocht” (dit slaat op het moment dat het ijzer in de hoogoven gesmolten is en uitgestort kan worden, maar betekent in het Duits ook dat het ergens bruist) bieden alle steden en dorpen hun bijzonderheden aan. En dit gebeurt op een heel aardige manier, met veel mooie folders, ook in het Nederlands. Bij de toeristeninformatie in Essen spreekt men ook nog eens goed Nederlands.

Er is een goede plattegrond van het ontwikkelde gebied. Er loopt een fietsroute doorheen van meer dan 200 km waarbij men allerlei bezienswaardigheden aan doet en onder weg kan overnachten. Bed and breakfast is een mogelijkheid, maar er zijn ook jeugdherbergen. Er worden meerdaagse reizen op de fiets aan geboden, en ter plekke fietsen huren kan ook.

In het hele gebied zijn themaroutes uitgezet over deelaspecten die kunnen lopen van kunst, natuur en vervoer tot mythen. En er ligt ook heel wat geschiedenis: de Romeinen waren hier ook al. Met mooie folders over al die bezienswaardigheden zit het ook wel snor.

Veel gebouwen zijn vrij toegankelijk; bijvoorbeeld het Industriepark Duisburg-Nord. Dit oude hoogoventerrein is 24 uur per etmaal open. In de oude opslagbunkers met muren van 6 meter hoog of meer kan nu geklommen worden als er toezicht is. Dat is er tamelijk veel want de werkloosheid hier is hoog. In april 2001 waren er tot zonsondergang nog toezichthouders met klimmateriaal aanwezig. De hoogoven zelf is toegankelijk gemaakt met veilige trappen en is open tot in de top die op 90 meter ligt. Het uitzicht op de bunkers en overige is fabelhaft! Zelfs deze schrijver met hoogtevrees durfde het aan. Het is alleen veel klimmen en ongeschikt voor alles op wielen. ’s Avond wordt bovendien alles prachtig in kleuren verlicht. Vanaf deze hoogte heeft men een mooi zicht op een wand met foto’s van Bernd en Hilla Becher opeen van de hallen op het terrein.

Alles is hier erg groot en er wordt hier veel met licht gewerkt. Er zijn heel veel steenafvalbergen achter gebleven. Een aantal zijn opgeruimd, de steen hergebruikt. In Nederland kom je ze bijna niet meer tegen, terwijl Heerlen vroeger omringd werd door dit soort bergen. Op de meeste steenafvalbergen, een Halde, is een Landmark geplaatst dat ’s nacht aangelicht word. Een van de meest spectaculaire is de Tetraëder in Bottrop. De gelijkbenige driehoek van 60 meter hoog met drie uitzichtplateaus is al van kilometers ver te zien. Het uitzicht bij helder weer bestrijkt het hele Ruhrgebied. Ook dit kunstwerk is vrij toegankelijk, al zal het bij zwaar weer waarschijnlijk wel afgesloten zijn. Het is een hele klim, want eerst moet je die berg van 65 meter hoog op, maar dat gaat geleidelijk over een pad ( rolstoel, wel flink duwen) of per trap. De tetraëder zelf heeft alleen trappen.

Sinds 2011 staat er in het landschapspark Angerpark bij Duisburg Mannesmann een reusachtige sculptuur die betreden kan worden: ‘Tiger & Turtle – Magic Mountain’ van Heike Mutter en Ulrich Genth. Denk aan een band van Möbius waar men doorheen loopt. De locatie is Duisburg Mannesmann TO2. Tram 903 stopt er aan de voet van de heuvel. Halte Berzelius.

Op andere haldes vind je bijvoorbeeld een sculptuur van betonblokken dat uit de verte eerder op een Maya-tempel lijkt. Deze halde is kaal want binnenin broeit het samengeperste kolengruis dat op de afval gestort is nog steeds na. Van dit type haldes zijn er een paar en daar wil niets op groeien. Die steenbergen zijn zo verleidelijk dat je allemaal wil verzamelen.

Een andere zeer bezienswaardige attractie is de Zeche (schacht) Zollverein in Essen. Deze moderne mijn uit de jaren ‘30 van de vorige eeuw kan alleen met een rondleiding bezocht worden en die is uitstekend. Dat kan ook gezegd worden van de rondleiding in de Kokerei waar van steenkool cokes gemaakt werd die weer nodig waren in de hoogovens. De rondleiders zijn jong, historicus en weten buitengewoon veel over het onderwerp. Je kom dan ook op het dak van de kolenwasserij terecht en daar is het uitzicht schitterend. Een ondergronds bezoek is hier niet mogelijk. Dat kan wel in het Deutsches Bergbaumuseum in Bochum. De omringende gebouwen van Zeche Zollverein werden geïnspireerd. door nieuwe inzichten ontwikkeld in het beroemde Bauhaus vormgegeven. In de oude persluchtfabriek zit nu een Grandcafé annex Casino. Veel van de oude inrichting staat er nog in: compressieketels, hele dikke pilaren, leidingen. Ook bevindt zich in dit complex een vormgevingsinstituut met mooie tentoonstellingen. In de Zecher Zollverein is hèt documentatiecentrum over de Industriekultur ingericht, een ontwerp van Rem Koolhaas. In de uitgebreide boekwinkel is op elk gebied wel iets te vinden waarmee je weer verder komt.

Veel vervoer ging ver water. In het Rhein-Hernekanaal zijn bij Heinrichenburg nog oude Schiffshebewerken ( scheepsliften) te bezichtigen waarmee schepen het hoogteverschil moesten overwinnen. Scheepsliften kom je in Nederlandniet tegen omdat we het hier nog met sluizen af kunnen, maar over de grens waar veel hogere niveauverschillen overwonnen moesten worden, wel. Soms staan er 4 generaties inrichtingen zoals sluizen en liften vlak bij elkaar. De afmetingen van al deze complexen zijn ook niet gering. Een parkeerprobleem doet zich nergens voor.

Het Ruhrgebied is als onze Randstad een geheel van aaneengegroeide dorpen en stadjes. Overal zijn Arbeitersiedlungen gebouwd, woongebieden voor arbeiders met vaak schitterende architectuur in een doordachte planologie. Onderscheid werd er vroeger ook gemaakt. De woningen voor opzichters waren groter en luxueuzer dan voor de gewone arbeider. Het maakt zo’n wijk wel gevarieerd, maar soms kom je nog een echte grauwe buurt tegen. Overal zijn volkstuinparken met voormalige moestuinen waarin de mijnwerkers vroeger hun eigen groente moesten verbouwen, want zoveel verdienden ze nu ook weer niet. En zo hield men de mensen onder de duim èn gezond na hun werk ondergronds met werk in de buitenlucht. Ook Alfred Krupp legde zo’n wijk aan, Margarthehöhe. Een prachtige wijk met eigen voorzieningen. Zie alleen all die verschillende voordeuren! De fotografen Bernd en Hilla Becher hebben in de omgeving van Siegen, dat aan de rand van het Ruhrgebied ligt, vakwerkhuizen gefotografeerd.

Speciaal voor jonge kinderen is er een programma-aanbod dat alle terreinen beslaat en hen aanspreekt op hun eigen niveau. Lees dit alles in de folder” Abenteuer Industriekultur”. Het beste kan men bij het Duits verkeersbureau alle folders bestellen

Openbaar vervoer in het Ruhrgebied is het mekka voor de liefhebber. In dit dichtbevolkte gebied rijden zoveel soorten treinen, bussen en trams dat alles zonder auto bereikbaar is. Een hele aparte sensatie. De liefhebber verdiept zich even in de zone- en tariefstructuur en doet er zijn voordeel mee. Voor de binnensteden van geldt dat auto’s een milieubewijs moeten hebben.

De echte vervoersliefhebber gaat natuurlijk ook nog per bus of trein naar Wuppertal om met de Schwebebahn, die meer dan 100 jaar oud is, een rit door het Wupperdal te maken. De liefhebber vindt hem natuurlijk prachtig, maar anderen vinden het een monster, deze Schwebebahn. In een tram hang je onder een omgekeerd V-constructie die in de 19e eeuw boven de loop van het riviertje de Wupper aangelegd is om snel grote massa’s mensen te vervoeren van en naar hun werk. Hier in dit nauwe dal zweef je soms over bedrijfsterreinen heen en kijk je gewoon naar binnen in de fabriek waar de aspirientjes geperst worden! En ook in het stadje Wuppertal is er museum voor moderne kunst.

Verblijven in deze omgeving kan op allerlei manieren. Er zijn hotels en veel campings staan aan water. In de winter is bed and breakfast een aanrader. Je komt zo met plaatselijke cultuur in aanraking. En ga vooral in het plaatselijk café eten en geniet van de sfeer. De buurt eet er ook. De streekgerechten zijn lekker. Brood met ‘schmalz’, uitgebakken spekvet; sinds mijn jeugd in een mijnwerkersdorp had ik dat niet meer geproefd. Toen was het gewoon broodmaaltijd, nu een openingshapje of amuse. De mensen zijn hier erg open en aardig. Je komt er veel oude mannen tegen die weemoedig op een bankje naar de oude mijn zitten te kijken. Als je ze aanspreekt krijg je soms een heel verhaal te horen over hoe het was, vóór de mijnsluitingen. Veel mensen hebben verwanten in Zuid-Limburg. Die grens had vroeger voor de streekbewoners lang niet zo veel beladen betekenis als voor ‘Hollanders’. Voor wie er wat dieper in de geest van de mensen in dit gebied wil duiken raad ik het boekje “Gebrauchsanweisung für das Ruhrgebiet” van Peter Erik Hillenbach aan. Op de voorzijde stond een prachtige foto van het diepblauwe zwembad dat ik net gezien had in de Kokerei achter de Zeche Zollverein.

Je kunt hier dagen kwijt met rondkijken en er is elk jaar wel weer iets nieuws bijgekomen, of je hebt er toevallig over gelezen en je wilt het bekijken. Bijvoorbeeld de openlucht bruinkoolmijnen tussen Aken en Keulen. Soms wordt er voor toeschouwers een uitkijkpunt ingericht. Zoals bij Tagebau Hambach in de buurt van Inden, ten oosten van Aken. Let in de buurt op richtingaanwijzers, want zo’n open mijn verplaatst zich langzaam en slokt ondertussen dorpen op. Wie dit op nog veel grotere schaal wil zien moet naar Ferropolis reizen.

In de plaats Unna, dat helemaal aan de oostkant van het Ruhrgebiet ligt is in een oude brouwerij een museum ingericht dat zich helemaal richt op lichtkunst. De collectie wordt per jaar gewisseld. Bezoek is alleen per rondleiding mogelijk. Permanent staat er een Skyspace van James Turrell dat bij invallen van de schemering bezocht kan worden zonder de rondleiding.

De plaats Baesweiler, op een steenworp ten oosten van de Nederlandse gemeente Landgraaf, heeft zich ook aan het kolenmijnverleden ontworsteld. Tussen 2005 en 2009 is op de steenafvalberg ten westen van deze plaats een park van 7 hectare aan gelegd. Dit Carl Alexander Park is opgenomen in een route tussen de metropolen van de Euregio. Dit is een randstad die het grensgebied van Nederland, Duitsland en Belgie overschrijdt. De berg kan worden bedwongen door een stelsel van verzinkte trappen te beklimmen. Ook invaliden kunnen de berg bestijgen. Voor hen is een weg aangelegd. Die lijkt me wel erg steil Ik zou niet graag iemand daar naar boven duwen, en al helemaal niet zelf in een rolstoel daar weer naar beneden gaan! Op de top is een uitkijkplatform met een breed zicht op de grensstreek.

En dan heb ik nog niets verteld over dat stukje land vlak over de grens bij Nijmegen want dat valt niet meer onder het Ruhrgebiet. Elders op deze site vindt de lezer meer informatie over Schloss Moyland, een Middeleeuws waterslot met een eigenzinnige kunstverzameling en een prachtige tuin. Er zijn in die regio nog veel meer interessante moderne kunstmusea: Münchengladbach, Dusseldorf, het hotel van voormalige kuuroord van Kleve met een prachtige Franse tuin, en Insel Hombroich, een oase van natuur en kunst.

Op tal van plaatsen zijn overblijfselen van de Romeinse beschaving te vinden waaronder in Xanten en niet te vergeten het nieuwe museum in Nijmegen. Tenslotte is Kevelaar een beroemd bedevaartsoord. En even buiten Kalkar, waar mijn generatie ooit nog tegen de megalomane plannen heeft gedemonstreerd, is nu in de nooit afgebouwde atoomcentrale een pretpark! Maar ook de Rijnoever is hier mooi en anders dan in Nederland. Wie een poëtisch boek over een rondreis langs de grenzen van Duitsland wil lezen zou hier kunnen beginnen met “Deutschland, eine Reise” van Wolfgang Büschner. De auteur begint zijn reis door hier in oktober de Rijn over te zwemmen.

Reisorganisatie de Gouden Engel organiseert vanuit Nijmegen en Arnhem dagtochten naar Moyland en Hombroich. Er gaat altijd een (kunst)historicus of kenner mee. Ze rijden elke keer ook op de Biënnale van Venetië en naar de Documenta in Kassel

www.goudenengel.nl
www.duitsverkeersbureau.nl
www.route-industriekultur.ruhr
www.schwebebahn.de
www.lichtkunst-unna.de
www.industriedenkmal-stiftung.de
www.bed-and-breakfast.de
www.bettundbike.de
www.duisburg.de

Martina Dobbe: “Bernd und Hilla Becher: Fachwerkhäuser”. Uitgave Museum für Gegenwartskunst 2001. Siegen. ISBN 3935874006
Wolfgang Büschner “Deutschland, eine Reise” 2005 Rowolt Taschenbuchverlag ISBN 9783499240508. Ook in het Nederlands vertaald: ISBN 9789045013770
Peter Erik Hillenbach: “Gebrauchsanweisung für das Ruhrgebiet” 2007 Piper Verlag. ISBN 978-3-492-27541-5
Wolfgang Berke: Über alle Berge. Haldenführer Ruhrgebiet. wwww.klartext-verlag.de


© Els Bannenberg 2001. Herzien april 2016.

Tetraeder van Bottrop

Zollverein Essen

Ophaal machine Zollverein Essen

Zollverein Essen

Uitzicht hoogoven Duisburg

Fries van watertorens

Bochum mijnmuseum

Klimmuur Duisberg-Noord

Klimmuur Duisberg-Noord

Wuppertal zweeftram

Cokesfabriek Zollverein zwembad

Kokerei Zollverein reuzenrad

Hambach bruinkoolmijn
Om mijn werk te zien moet u deze website op een desktopcomputer, laptop of tablet bekijken
"Kijken is mijn vak"
© 2017 Els Bannenberg